De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft de toetsrente voor het vierde kwartaal van 2026 vastgesteld op 5%. Hypotheekaanbieders gebruiken deze toetsrente bij het berekenen van de financieringslast als de rentevastperiode korter is dan tien jaar. Is de werkelijk aangeboden hypotheekrente hoger dan 5%, dan moet de aanbieder volgens de AFM met die hogere rente rekenen.
De toetsrente is niet automatisch de rente die u betaalt. Het is een rekenpercentage dat moet helpen voorkomen dat een hypotheek na een latere rentestijging onbetaalbaar wordt. De persoonlijke uitkomst hangt onder meer af van inkomen, andere verplichtingen, woningwaarde, hypotheekvorm, rentevastperiode en voorwaarden van de geldverstrekker.
Wanneer geldt de toetsrente van 5%?
De kwartaaltoetsrente is relevant bij een hypotheek met een rentevastperiode van korter dan tien jaar. Denk aan een variabele rente of een rente die één, vijf of negen jaar wordt vastgezet. Bij een rentevastperiode van tien jaar of langer werkt de toetsing anders en is de aangeboden rente een belangrijk uitgangspunt. Laat uw adviseur vaststellen welke rente voor ieder leningdeel en uw volledige aanvraag wordt gebruikt.
De AFM stelt de toetsrente ieder kwartaal vast. De wettelijke ondergrens is 5%. De toetsrente voor het vierde kwartaal van 2026 geldt voor aanvragen die in die periode onder deze toets vallen; de exacte peildatum en behandeling van een lopende aanvraag kunnen afhangen van de aanbieder.
Waarom kan een korte rentevaste periode de leenruimte beperken?
Een korte rentevaste periode kan een lagere aangeboden rente hebben, maar geeft minder zekerheid over toekomstige maandlasten. Wanneer de toetsing met 5% plaatsvindt terwijl de aangeboden rente lager is, rekent de aanbieder voor de betaalbaarheid met een hogere last dan u op dat moment werkelijk betaalt. Daardoor kan de berekende maximale hypotheek lager uitvallen dan bij een product waarop een andere toetswijze van toepassing is.
Dit betekent niet dat tien jaar of langer vastzetten altijd beter is. Een langere rentevaste periode kan duurder zijn en minder flexibel voelen. De AFM-leidraad benadrukt dat een adviseur verschillende rentescenario's, uw risicobereidheid, gewenste zekerheid en financiële ruimte moet betrekken bij het advies.
Gevolgen bij een hypotheekverhoging voor verduurzaming
Wilt u extra lenen voor isolatie, glas, ventilatie, een warmtepomp of andere energiebesparende maatregelen? Dan worden zowel betaalbaarheid als woningwaarde en productvoorwaarden beoordeeld. De AFM vermeldt dat bij een verbouwing kan worden uitgegaan van de taxatiewaarde ná verbouwing. De daadwerkelijke verhoging blijft afhankelijk van het complete dossier.
Naast de gewone leencapaciteit bestaat in 2026 onder voorwaarden extra leenruimte voor aangewezen energiebesparende maatregelen. De Rijksoverheid noemt maxima van:
€ 20.000 bij energielabel E, F of G;
€ 15.000 bij energielabel C of D;
€ 10.000 bij energielabel B tot en met A++;
geen extra labelgebonden ruimte via deze regeling bij A+++ of A++++.
Deze bedragen zijn maxima binnen de landelijke normen, geen garantie dat u ze kunt lenen. De toetsrente, het inkomen, de waarde na verbouwing, de kosten van de maatregelen en de voorwaarden van uw geldverstrekker kunnen de werkelijke ruimte beperken.
Wat betekent dit bij herfinanciering of oversluiten?
Bij oversluiten naar een andere aanbieder wordt opnieuw beoordeeld hoeveel u verantwoord kunt lenen. De AFM noemt daarbij onder andere het actuele inkomen en de actuele woningwaarde. Een korte nieuwe rentevastperiode kan de toetsrente dus relevant maken, ook als de geoffreerde rente lager is.
Wilt u tegelijkertijd extra lenen voor verduurzaming, dan wordt de aanvraag omvangrijker dan een zuivere oversluiting. Laat daarom apart berekenen:
de bestaande hypotheek die wordt afgelost of aangepast;
de kosten van oversluiten, zoals advies, taxatie, notaris en eventuele vergoeding voor vervroegde aflossing;
het extra bedrag voor verbouwing of energiebesparende maatregelen;
het effect van de gekozen rentevastperiode en toetsrente;
de totale maandlast en financiële buffer na uitvoering.
Een lagere aangeboden rente betekent niet vanzelfsprekend dat oversluiten voordelig is. Vergelijk de totale kosten en de lasten over een passende periode. Lees ook onze uitleg over hypotheek verhogen of oversluiten voor verduurzaming.
Welke rol speelt het energielabel?
Het energielabel bepaalt niet de AFM-toetsrente. Het label kan wél invloed hebben op de extra leenruimte voor energiebesparende maatregelen en op productvoorwaarden of een mogelijke duurzaamheidskorting. Daardoor komen de toetsrente en het energielabel in dezelfde hypotheekberekening samen, maar ze hebben ieder een andere functie.
Controleer of het geregistreerde energielabel nog geldig is en of recente verbeteringen zijn verwerkt. Bij een hypotheekaanvraag kan een actueel technisch dossier helpen om woningkenmerken en voorgenomen maatregelen duidelijk te onderbouwen. Meer voorbereiding vindt u in onze checklist voor het hypotheekadviesgesprek.
Documenten om vooraf te verzamelen
Actueel hypotheekoverzicht: saldo, leningdelen, rentepercentages en resterende rentevastperiodes.
Geldig energielabel: inclusief registratiedatum en labelklasse.
Technisch maatregelenplan: met logische volgorde, randvoorwaarden en waar passend een maatwerkadvies.
Gespecificeerde offertes: zodat duidelijk is welk bedrag aan welke maatregel wordt besteed.
Woningwaarde: bespreek welke taxatie of alternatieve waardebepaling de aanbieder accepteert.
Inkomens- en verplichtingengegevens: de aanbieder toetst de volledige financiële situatie.
Kosten van oversluiten: vraag een overzicht van advies-, taxatie-, notaris- en aflossingskosten.
Vragen aan uw hypotheekadviseur
Welke toetsrente gebruikt de aanbieder voor ieder leningdeel?
Wat verandert er in mijn maximale leenruimte bij vijf, tien en twintig jaar rentevast?
Hoe werkt de toets als ik tegelijk oversluit en de hypotheek verhoog?
Welke energiebesparende maatregelen mogen worden meegefinancierd?
Welke waarde na verbouwing wordt gebruikt en welk bewijs is daarvoor nodig?
Hoe zien de totale kosten, maandlasten en buffer eruit in meerdere rentescenario's?
Bouwdepot en bewijsstukken
Wordt het verduurzamingsbedrag in een bouwdepot geplaatst, controleer dan vóór de aanvraag welke maatregelen, facturen en termijnen de geldverstrekker accepteert. Een goedgekeurde hypotheek betekent niet automatisch dat iedere uitgave uit het depot mag worden betaald. Onze gids over EBB, EBV en bewijsstukken helpt het technische dossier voor te bereiden.
Heeft uw aanbieder voorwaarden rond een beter energielabel of rentekorting? Bekijk dan ook het overzicht van energielabelkorting per bank. Controleer altijd de actuele productvoorwaarden; deze kunnen tussentijds wijzigen.
De rol van SynerGroen
SynerGroen ondersteunt het technische deel van uw aanvraag met een officieel energielabel, een opname van de werkelijke woningkenmerken en waar passend een maatwerkadvies. Daarmee kunt u de actuele staat en de verduurzamingsplannen beter onderbouwen.
SynerGroen geeft geen persoonlijk hypotheek-, krediet-, fiscaal of beleggingsadvies en bemiddelt niet in financiële producten. De toetsrente, productkeuze, betaalbaarheid en gevolgen van verhogen of oversluiten bespreekt u met een erkend hypotheekadviseur.
Conclusie
De toetsrente van 5% in het vierde kwartaal van 2026 kan de financieringsruimte beïnvloeden wanneer u kiest voor een rentevastperiode korter dan tien jaar. Dat is belangrijk bij aankoop, hypotheekverhoging, herfinanciering en oversluiten. Wilt u verduurzaming meefinancieren, combineer dan een actuele financiële berekening met een zorgvuldig technisch dossier.
Wilt u het energielabel of maatregelenplan voorbereiden? Lees meer over een energielabel voor hypotheek en rentekorting of neem contact op met SynerGroen.
Bronnen & Citaties
Gebruikte informatiebronnen voor dit artikel
AFM en Rijksoverheid, geraadpleegd op 8 oktober 2026. Toetsrente geldt voor Q4 2026; persoonlijke berekeningen en geldverstrekkervoorwaarden kunnen afwijken.

Heeft dit artikel u geholpen? Vraag direct uw energielabel of advies aan.

